Iudicare en de blinkende ring aan zijn wijsvinger

Er was eens een machtige koning. Zijn rijk strekte zich uit van oneindige oceanen tot imposante bergtoppen, en zelfs verder. Nergens ter wereld was een machtiger vorst dan hij te vinden. Zijn serviesgoed was gemaakt van het meest delicate porselein en zijn paleis schitterde van het zuiverste goud.Schermafbeelding 2014-08-16 om 12.13.40

Een van zijn meest ambitieuze hofdienaren heette Iudicare. Vanaf jonge leeftijd, vergaapte Iudicare zich aan alle rijkdom van de vorst. Toen hij op een dag op audiëntie mocht komen, draaide zijn maag zich om van de spanning. Nog nooit had de koning hem persoonlijk aandacht gegeven. Wat zou dit betekenen?

Even later hoorde hij de warme stem van de koning: “Iudicare, je bent nu oud genoeg om de wereld in te trekken. Reis door mijn rijk en kijk goed naar wat je tegenkomt. Neem deze ring aan je vinger, ten teken dat je mijn dienaar bent en doe wat je goed dunkt.”

Iudicare kon het bijna niet geloven. Eindelijk had de koning zijn talenten en zijn schoonheid opgemerkt. Nu mocht hij in zijn naam door de wereld trekken. Hij schoof de blinkende ring aan zijn rechter wijsvinger. De rode steen fonkelde in het zonlicht. Die koningsring zou niemand ontgaan.

Dagen, weken, maandenlang trok Iudicare van stad tot stad, door heuvels en dalen. Soms bleef hij een tijdje logeren in een weelderige herberg. Hij deed zich tegoed aan vlees en drank. Zijn maatpak knelde wat rond zijn taille, maar dat mocht de pret niet drukken. Zijn ring blonk als nooit tevoren. Hoog op zijn paard zag hij maar wat goed hoe mensen naar hem opkeken. Hij wees naar ze. Met zijn blinkende wijsvinger. En soms voegde hij er op gebiedende wijs iets aan toe: “Maak plaats”, “Ga opzij”, “Ruim die rotzooi op” of zijn favoriet: “Probeer net zo goed te worden als ik…” Maar steeds vaker wees hij alleen maar. Vooral naar alles wat hem niet beviel. Hij schudde zijn hoofd. Zoveel troep in dit rijk. Zoveel armen, zwervers, zieken. Zoveel mensen die hun leven anders leidden dan hij. Gelukkig was hij niet een van hen. Iudicare spoorde zijn paard aan en trok vlug verder, nadat hij nog een keer zijn wijsvinger naar de dorpsbewoners uitstak.

Na zeven maanden keerde Iudicare terug naar het hof. Hij moest verslag uitbrengen aan de koning; maar wat graag zou hij vertellen over al die mislukkelingen die hij was tegengekomen. Verbeelde Iudicare het zich, of klonk de stem van de koning nu koeler, afstandelijker? Er viel een lange stilte, terwijl de koning zijn ogen over het uitgedijde lichaam van Iudicare liet gaan. Deze voelde zich ineens niet zo op zijn gemak. De hand met de blinkende ring moffelde hij in een van zijn zakken weg. Nadat de koning het relaas van Iudicare had aangehoord, antwoorde hij kort, maar krachtig. “Iudicare, wat heb jij gedaan voor de mensen die je ontmoette? Hoeveel mensen had je te eten kunnen geven als je de ring zou hebben verkocht? Hoe vaak ben je afgestegen om mensen in de ogen te kijken?”

Iudicare voelde de ring branden in zijn zak. Plotseling trok er een ijzige scheut door zijn vingers. Hij haalde de hand uit zijn zak. Met open mond van verbazing en afgrijzen zag Iudicare hoe zijn rechterhand nog slechts drie vingers telde. Zijn wijsvinger en duim waren verdwenen. En met zijn wijsvinger was ook de kostbare ring in het niets opgelost. De koning keek hem aan, met een warme blik vol medelijden, maar toch kordaat. “Ga nu Iudicare. Je hebt de vingers over die je in je leven het meeste nodig zult hebben. Als je nu naar een ander wilt wijzen, wijzen er alleen drie vingers naar jezelf.”

Marco van der Straten

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s